maandag 28 mei 2012

Nuance en de pers: een persoonlijke ervaring

Onlangs stond ik in een twee bladzijden groot artikel in De Morgen. De titel blokletterde: 'Op hakenkruistocht door Vlaanderen'. Ik had daar, voor alle duidelijkheid, niet zelf om verzocht.

Geachte redactie

Het begon met een lezersbrief die ik schreef naar aanleiding van een klein incident in Gent. Bij de renovatie van het Sarmagebouw ontdekte men een reliëf dat nogal op een hakenkruis geleek. De burgemeester besliste dit reliëf weg te moffelen in de renovatie. Hij en zijn college vinden het niet thuishoren in een stad als Gent. Ik begreep de consternatie niet zo goed en schreef het volgende op 3 mei naar De Morgen:

'Geachte redactie

Graag had ik gereageerd op het artikel "Gemetselde 'swastika' verdwijnt" van 3 mei 2012.

Uw artikel vermeldt dat niemand weet waarom het symbool daar in het Gentse gebouw staat. In het eerste jaar van mijn lerarenopleiding nam de toenmalige lector geschiedenis zijn studenten mee op stap door 'zijn' Gent. De gidsbeurt, doorspekt met weetjes allerhande, bracht ons bij het 'Sarmacomplex'. De man vertelde ons hoe de architect nog verdoken nazisympathieën koesterde en dat verwerkte in het gebouw. De lector wees ons op de arend en op de daaronder gemetselde swastika. Hij vertelde het ons gniffelend. Wij waren verbaasd, niet echt geschokt. Burgemeester Termont geeft vandaag aan dat het wellicht om een stadslegende gaat. Toen ik destijds met het verhaal kwam, wees een (inmiddels overleden) socialistisch schepen van Dendermonde me erop dat het zeker geen unicum was en is. In mijn eigen thuisstad Dendermonde kan je dus iets gelijkaardigs aanschouwen in de dekenale kerk. De kerk bezit meer dan een ophefmakende preekstoel*. In het hoogkoor zie je een glasraam uit de jaren 1930 waarin een van de figuren verdacht veel op Hitler lijkt. De figuur beeldt overigens een telg uit van de Joodse (o ironie) boom van Jesse. Het tijdperk waarin het glasraam werd geplaatst doet kwaad opzet vermoeden. Maar is het werkelijk zo? Geen enkele boek over de Dendermondse glasramen vertelt me van wel. Moeten we nu, zoals in Gent, omwille van een donker vermoeden het glasraam uit de O.-L.-V.kerk van Dendermonde halen? Ik ben alleszins niet bang van een stadslegende...

Harry De Paepe
leraar geschiedenis
Berlare 
* De meer dan 300 jaar oude preekstoel veroorzaakte in 2008 een rel in Turkije. De preekstoel beeldt de overwinning van het christendom op de islam uit en toont ons een engel die een moslim (Mohammed?) vertrappelt.'

De volgende dag verscheen de brief integraal. Kort erna werd ik door De Morgen gecontacteerd. Blijkbaar duiken dergelijke zaken in heel Vlaanderen op. Daarom wou de journalist me hierover eens spreken. Ik zag er geen graten in en stemde toe. Het interview werd telefonisch afgenomen.

Hey, ik zeg dingen die ik niet heb gezegd!

Een week na het interview verschenen die twee bladzijden. De inhoud was vrij correct, hoewel ik plots twintig jaar ouder werd gemaakt (opleiding in de jaren '70?) en ik citaten slaak die ik me niet kan herinneren (ligt aan de leeftijd wellicht). 
Maar één ding stoorde me nog het meeste: de nuance die ikzelf aanbracht was weg. Plotseling werd het glasraam uitgeroepen tot een echt Hitlerglasraam, terwijl ik zowel in mijn brief als aan de telefoon uitdrukte dat het om een vermoeden ging. In het artikel lees je ook dat ik verklaar waarom Hitler daar zomaar in het raam gebrandschilderd staat: 'De glazenier wilde koningen uitbeelden die macht uitstralen. Adolf Hitler was in die tijd een opkomend politicus die ook normaal werd behandeld door de rest van de wereld. Tot 1938   zaten de Fransen en de Britten nog met hem rond de tafel . De glazenier kon niet weten wat de geschiedenis zou brengen.' Goed,die uitspraak herinner ik me nu nog wel, maar dat ik vertelde dat dit een mogelijke (!) verklaring zou kunnen zijn, lees je niet.

Het Laatste Nieuws bracht kort erna hetzelfde verhaal in een kleiner stukje. Opnieuw was de nuance afwezig. Ik denk dat dat niet goed verkoopt, nuance. Jammer...


Het artikel in De Morgen van 18 mei 2012


Het artikel in Het Laatste Nieuws van 21 mei 2012

maandag 21 mei 2012

The Great Eurocrash with Robert Peston – BBC 17 mei 2012


Economisch correspondent voor de BBC Robert Peston
‘Het doel van de Euro was mensen samenbrengen, maar de realiteit van vandaag is dat de Euro-elite die droom vernielt’. Daar zat ik in mijn luie zetel met een kommetje chips op de schoot. Het programma van de BBC-reporter Robert Peston beloofde vuurwerk. Uiteindelijk riep de documentaire ‘The Great Eurocrash’ vooral verontwaardiging op. Ik was prompt een indignado.

Risky business


De Euro wordt de meest riskante economische onderneming in de moderne geschiedenis genoemd. Wanneer je verneemt dat er al zeker 500 miljard in Griekenland werd gepompt, dat de Europeanen verarmen of dat een gerespecteerd econoom als Willem Buiter stelt dat ‘de Euro leidde tot ongeziene en gevaarlijk hoge overheidstekorten in vredestijd’ mag je wel van riskant spreken. Waarom werden totaal verschillende economische culturen gedwongen en gewrongen in het Europese harnas?



Symbool voor vrede


De auteur en econoom David Marsh wijst erop dat de Europese gedachte een kind van de Tweede Wereldoorlog is. Zo droomde Winston Churchill van een Verenigde Staten van Europa (zonder het V.K. welteverstaan) om het Frans-Duitse conflict te neutraliseren. Het is dan ook niet te verwonderen dat de Frans-Duitse as (en de landen errond) de motor waren van het Verdrag van Rome in 1957. Toen al speelde een gemeenschappelijke munt in het achterhoofd. In 1970 werd er voor het eerst openlijk nagedacht over één munt. De Luxemburgse premier Paul Werner ontvouwde in opdracht van Europa zijn plannen voor een Europese munteenheid. Maar de vooropgestelde einddatum van 1980 bleek onhaalbaar. Jacques Delors zou het plan-Werner later gebruiken als blauwdruk. In 1981 kwam François Mitterand aan de macht in Frankrijk. De man probeerde in W.O. II in totaal zesmaal te ontsnappen uit een Duits krijgsgevangenkamp. Bij zijn laatste, en gelukte, poging was hij getroffen door de hulp die hij ontving van Duitse omwonenden. Volgens oud-minister van Europese Zaken Elisabeth Guigou was deze herinnering belangrijk voor zijn toenadering tot Duitsland. Aan de overzijde van de Rijn kwam in 1982 Helmut Kohl aan de macht. De man groeide op aan de Duits-Franse grens en was in zijn familiaal leven getekend door de laatste oorlog. Zijn grote wens was een verankering van Duitsland in Europa. Beide politici stelden symbolische daden om de eenheid te benadrukken. Een eenheidsmunt kon de kers op de taart der symboliek worden. ‘Maar Kohl en Mitterand kenden niets van economie. Ze noemden economen ietwat smalend technici’, aldus nog Marsh. De val van de Muur bracht alles in een stroomversnelling. Mitterand wilde de eenmaking van de twee Duitse landen aanvaarden, op voorwaarde dat de Duitse regering mee zou gaan voor een Europese monetaire unie. Volgens Guigou zag Mitterand die muntunie als de eerste stap naar een politieke eenheid.

Splendid Isolation

Dat laatste punt klonk en klinkt als iets afschuwelijks voor de Britten. De Britse onderhandelaar voor het Verdrag van Maastricht (1992) lord Lamont vertelt hoe de Britten hun ‘opt-out’ bevochten aan de onderhandelingstafel. De Brit herinnert zich, duidelijk nog altijd geschokt, dat de Franse minister van financiën, Pierre Beregovoy, hem het volgende toevertrouwde: ‘Mijn kinderen zullen in een politiek eengemaakt Europa leven.’ Op zich is dit geen onlogische redenering. Voormalig financiënminister lord Lawson legt uit (overigens niet zonder weerzin): ‘Er is geen monetaire unie mogelijk zonder fiscale unie. Je hebt geen fiscale unie zonder een minister van financiën. Daarvoor heb je een politieke unie nodig. Maar dat kan alleen wanneer de bevolking het daar mee eens is, en dat is niet het geval. Men heeft toen een arrogante beslissing genomen, omdat men het democratische veto gewoon naast zich neerlegde.’ Volgens lord Lamont vertrouwde een prominent onderhandelaar hem toe, in het holst van de nacht bij een glas whisky, dat hij gelijk had in zijn protest, maar dat de zaak in ieder geval zou doorgaan. Kort na Maastricht kreeg de E.U. een eerste waarschuwingsschot op ‘zwarte woensdag’ (16/09/1992). Omdat de Europese munteenheden via het Europees Wisselkoersensysteem afhankelijk werden van de DMark zorgde dit voor een over evaluatie van onder meer het Britse Pond. Speculanten dwongen de Britse regering het Pond te devalueren en het systeem te verlaten. De Lire onderging hetzelfde lot.

Lak aan de regels

Duits economieprofessor Sinn herinnert eraan dat het aanvankelijk de bedoeling was dat landen een maximale schuldgraad van zestig procent mochten bezitten om deel te nemen aan de muntunie. Het zou voor een kleine, maar sterkere unie gezorgd hebben. Dat betekende dan wel een unie zonder Italië en dat kon men niet maken. Italië werd als stichtend lid en grote economie als te belangrijk beschouwd. Frankrijk wilde bovendien de Zuid-Europese landen in de muntunie hebben. Vandaar dat de bekende Maastrichtnorm van drie procent ontstond. Omdat Duitsland zelf moeite had om de strakke norm te behalen, ontstond er een zekere tolerantie omtrent de norm. Duitsland, gesteund door Frankrijk, gooide overigens zelf dit Stabiliteits- en Groeipact in 2003 overboord (tot grote ergernis van de flinke leerlingen in de klas). Het toenmalige hoofd van de Europese Centrale Bank, Jean-Claude Trichet,  noemt dit ‘een zwaarwichtig moment’. De man gelooft dat, indien dit niet was gebeurd, Europa er vandaag niet zo slecht had voorgestaan. Zo was de rem op publieke uitgaven en het aangaan van leningen weg. Een Italiaans economieprofessor, Gustavo Piga, onderzocht hoe de landen zich hielden aan de Maastrichtnorm. Hij ontdekte dat verschillende landen zich meester maakten in het omzeilen van de regel. Men leende bij banken om op korte termijn de norm te halen, maar die handelswijze leidde tot onfatsoenlijk hoge schulden op termijnen van tien tot vijftien jaar. Griekenland was hierin een ‘heroïsche’ koploper. Met de hulp van onder meer Goldman Sachs bedroog de Griekse overheid erop los.  Dit was een tijdperk van goedkope schuld in het hele Westen. Lenen was immers goedkoper geworden met de komst van de Euro. Zwakke landen werden beoordeeld a.d.h.v. de Duitse situatie en niet aan hun eigen werkelijkheid.

Gokkende conservatieven

In 1973 trad Ierland toe tot de unie. Op dat moment bezat het land nog volop een landbouweconomie en lag het gemiddelde inkomen zowat veertig procent onder het Europese gemiddelde. Het onafhankelijke Ierse parlementslid, Mick Wallace, omschrijft de Ierse houding in de jaren van de toetreding als volgt: ‘De Ieren zijn, tegen de eigen aard, een gokkend volk. Hey, het is goedkoop geld, laten we er voor gaan.’ Lange tijd werd Ierland beschouwd als het economische wonder van de E.U. Vandaag zit het land aan de grond. Zware saneringen en toenemende taksering drukken op het gemoed van de modale Ier. ‘Wij zijn nogal conservatief. Wij gaan niet zo gemakkelijk de straat op’, verklaart Wallace. Het Ierse protest uit zich onder meer in een massale weigering om de ‘Household Tax’ te betalen (zo’n vijf op zes gezinnen betalen niet). Tussen 1995 en 2007 zag het land haar vastgoedprijzen verdriedubbelen. Er werden meer huizen gebouwd dan in Engeland waar de bevolking dertien keer groter is. De vastgoedprijzen in Dublin waren op het hoogtepunt duurder dan in Londen. Hetzelfde verhaal zie je in Spanje. In de voornoemde periode bouwden de Spanjaarden vijf miljoen nieuwe woningen, terwijl er slecht 2,5 miljoen nieuwe gezinnen bijkwamen. Ook Italië en Griekenland leefden er op los. De economische groeijaren van begin 2000 verhulden de stijgende schulden.

Meltdown

Het eerste alarm kwam er met de meltdown van de Amerikaanse vastgoedmarkt. Dit trof vooral Amerikaanse en Britse banken en werd daarom door de EU-leiders afgedaan als een Angelsaksisch probleem. Terwijl de V.S. en het V.K. volop werkten aan de versteviging van de banksector deed de E.U. zo goed als niets. Maar plots trof de crisis ook de Unie. De Griekse staat gaf toe dat het tegen een tekort van 300 miljard aanzag, zo’n 129% van het B.N.P. en die schuld groeide met de dag. Hoewel het Maastrichtverdrag dit niet toelaat, stond de E.U. een borg toe voor de zieke staten. Hiervoor gebruikte men de regelgeving die opgesteld is voor staten getroffen door zware milieurampen. De E.U. herstelde de strenge normen die Frankrijk en Duitsland in 2003 aan hun laars lapten. In de herfst van 2011 kwam de Unie in een nog gevaarlijkere toestand. De Europese bankensector had een tekort aan liquide middelen. De sector kwam dicht bij het failliet. De kersverse E.C.B.-voorzitter Mario Draghi verraste de markt door de rente te verlagen tot een procent voor driejarige leningen. Dat diende niet alleen om de banken te redden, maar om de hele economie van haar nijpende armageddon te verlossen. Maar men geeft toe dat de meer dan een biljoen euro aan hierdoor vrijgekomen financiën uiteindelijk alleen maar tijd lijken te winnen. Buiter: ‘We staan er nu nog nergens mee.’

Quid?

De E.U. heeft nood aan een diepgaande hervorming. De lidstaten moeten competitief worden en streven naar een goedkope export. Iers econoom David McWiliams vergelijkt met het Pond: ‘Wij hebben geen munteenheid. Jullie (de Britten) hebben er een. Je kan je munt drukken wanneer je in nood bent, wat jullie doen. Je kan devalueren, wat jullie doen. Dat is de essentie van een munteenheid. Die Euro heeft niets met ons te maken.’ Omdat individuele lidstaten inderdaad de opgesomde opties niet bezitten, gaat men voor het drukken van de kosten: snoeien in de uitgaven en lonen verlagen. De landen moeten binnen de Euro devalueren, maar dat is een pijnlijk proces. De voormalige bondskanselier Schröder voorzag dit al een decennium geleden. De Chinese en Indische concurrentie zorgden voor een totale ommezwaai in loon- en werkgelegenheidsbeleid in Duitsland. ‘Het kostte me mijn job,’ aldus Schröder, ‘maar Duitsland staat er vandaag het sterkste voor.’ In dezelfde periode van twaalf jaar steeg de kostprijs van een Ierse, Italiaanse, Spaanse of Griekse werknemer tussen de dertig à veertig procent in vergelijking met de Bondsrepubliek. Mick Wallace vergelijkt treffend: ‘Wexford Youth, onze voetbalclub, is geen partij tegen Bayern München.’ Volgens studies zou de levensstandaard in deze landen met 1/3 moeten zakken om te kunnen concurreren. Gemakkelijk gezegd, maar staalhard om zomaar uit te voeren.

Een centrale en politieke eenheid zou de Euro kunnen redden en de Duitse macht inperken. Die Duitse macht is iets wat Mitterand met zijn streven naar één munt ironisch genoeg wilde voorkomen. Maar de crisis toont pijnlijk aan dat Europa uiteendrijft op politiek als economisch vlak. Het programma eindigt met het openingscitaat. Ondertussen tikt ook de Spaanse tijdbom verder. Men staat voor de harde keuze: verarmen door harde E.U.- maatregelen of verarmen door de ondergang van de Euro. Ook de Britten zijn bang. Veertig procent van hun export ligt in de E.U. De ‘isolation’ is van oudsher een illusie.






dinsdag 15 mei 2012

Een interessant stuk over Ron Paul

De onvatbare Ron Paul


Onderstaand artikel verscheen op dinsdag 15 mei 2012 op de webstek van Knack. De Vlaamse pers besteedde de voorbije maanden opvallend weinig aandacht aan Ron Paul. De 76-jarige Republikein is een vreemde eend in de presidentiële bijt. Laten we heel kort zijn ethische opvattingen bekijken. De man is niet de cliché republikein. Zo is hij persoonlijk tegen abortus, maar eveneens tegen de doodstraf. Hij vindt dat de staat niet het recht heeft enig leven te ontnemen. De man denkt hetzelfde over het homohuwelijk. Hij vindt dit een privé-aangelegenheid en het komt volgens hem de staat niet toe om dit tegen te werken. Dit laatste opmerkelijke standpunt voor een republikeins presidentskandidaat wordt maar heel weinig belicht, hoewel het moediger is dan wat Barack Obama onlangs verkondigde. De man zijn ideeëngoed is te divers om zomaar in een hokje te plaatsen. Daarom is het interessant om deze figuur en zijn opvattingen even te belichten. Er is immers meer te beleven dan Santorum, Newt of Romney.

Ron Paul, libertaire luis in de pels van de Republikeinse Partij

Ron Paul, de libertaire luis in de pels van de Republikeinse partij, legt zijn campagne even stil. ‘Delegate strategy’, analyseren de JongLibertairen, de jongerenafdeling van LDD.

Ron Paul, de laatst overgebleven uitdager van Mitt Romney in de strijd om de presidentskandidatuur van de Republikeinse partij voor de presidentsverkiezingen van november, staakt zijn campagne. De mainstream media in de VS en ver daarbuiten, ook bij ons, leidde uit het perscommunicé van het campagneteam van Paul af dat Paul uit de race stapt. Not quite.
“The last great hope” van vrijheidminnend Amerika staakt de campagne om twee redenen. Een praktische en tactische. De praktische reden is het onfortuinlijke opdrogen van de campagnefondsen. In tegenstelling tot Mitt Romney, de kandidaat van het partijestablishment, wordt de campagne van Paul niet gefinancierd door Wall Street, maar door doodgewone Amerikanen.

Terwijl de campagne van Romney gesteund wordt door het grootkapitaal van Goldman-Sachs (die tevens de campagne van Obama financieren), JP Morgan Chase, Credit Suisse Group, City Group, PriceWaterHouseCoopers, Wells Fargo, Morgan Stanley, Barclays en tientallen andere fat cats van Wall Streets, wordt de campagne van Paul gedragen door de “grassroots activists”, zijn doorwinterde militanten.

Soldaten en Hispanics

Opmerkelijk: Ron Paul haalt van alle kandidaten van beide partijen het meeste geld op bij de soldaten van het Amerikaanse leger en de Spaanstalige bevolking. Paul’s boodschap van vrijheid en campagne tegen de Amerikaanse oorlogsindustrie heeft duidelijk gehoor gevonden bij het grote segment van de Amerikaanse bevolking dat werkzaam is in het leger. Ook Obama’s ongrondwettige oorlog in Libië en diens uitbreiding van de Patriot Act en andere wetten die de burgerlijke vrijheden in Amerika gevoelig verzwakken, heeft Paul’s boodschap alleen maar versterkt.
De steun van de Hispanics is traditioneel te verklaren door hun fanatieke strijd tegen excessief overheidsoptreden. Op de vlucht voor totalitaire – zowel linkse als rechtse – regimes in Centraal- en Zuid-Amerika vinden zij in Paul hun meest geschikte presidentskandidaat. Ondanks zijn enorm trouwe aanhang en recordophalingen bij de zogenaamde “Money Bombs” kan ook Paul niet opboksen tegen de Wall Street miljoenen van Romney en Obama.
Let wel, Paul stopt zijn campagne niet. Op 17 mei zal er opnieuw een grote Money Bomb zijn. De campagne blijft doorgaan, ook al zal Paul zelf geen campagne meer voeren in de primary states.

Delegate strategy

Paul’s reden om de campagne nu te staken is tactisch. Paul voert een uitgekiende, niet te onderschatten “delegate strategy”. Die houdt in dat hij zich focust op de caucus states, niet de primary states, en het oppikken van delegates voor de Republican National Convention eind augustus in Tampa Florida.
Wat houdt die fameuze “delegate strategy” nu juist in? Om dat te begrijpen moet men inzicht hebben in het ingewikkelde, vaak absurde, kiessysteem van de verschillende staten. Een volledig overzicht zou ons te ver leiden, dus beperk ik mij tot een overzicht van Paul’s overwinningen.
In Massachusetts, de staat van Mitt Romney, werd begin maart de zogenaamde “primary” gehouden. Die werd gewonnen door Romney, maar men neigt uit het oog te verliezen dat de draagwijdte van een primary beperkt is. Belangrijker dan de primary zijn de district caucussen, waar de toewijzing van delegates aan de overblijvende kandidaten wordt geregeld, die in Massachusetts werden gehouden op 30 april. Daar werd beslist dat van de 38 delegates die Massachusetts naar de NRC in Tampa mag sturen, er 16 voor Ron Paul zullen stemmen.
De uitslag van de Massachusetts district caucuses mag dan well onder de radar van de mainstream media zijn gevlogen, haar concrete belang is niet te onderschatten. Als Romney er zelfs niet eens in slaagt om de Republikeinen in zijn eigen staat te verenigen, hoe zal dat dan aflopen in Tampa?
Maar Paul doet nog straffer op andere plaatsen. Op 4 februari werd de Republican Caucus in Nevada gehouden. Daar behaalde Romney 50 procent en liet Paul ver achter zich met 19 procent. Bij de toewijzing van de 28 delegates die de staat Nevada naar Tampa zal zenden zullen er echter 22 (!) voor Paul stemmen. Een overweldigende meerderheid.
Soortgelijk scenario in Maine. En in Missouri, Washington State en Colorado haalde Ron Paul meer dan de helft van de delegates binnen. In Alaska wordt niet alleen 66 procent van de delegates door Paul binnengehaald, ook de gehele partijstructuur wordt er overspoeld door het Libertarische Paul-kamp.
In Louisiana haalt Paul zelfs 75 procent van de delegates binnen, in Minnessota maar liefst 83 procent. Tot spijt van de mainstream media, die blijven vasthouden aan de fabel dat Paul geen enkele staat wist te veroveren, heeft Paul een aanzienlijke meerderheid in 8 staten. Romney en het partijestablishment zullen er dus onmogelijk in kunnen slagen om de aanhang van Paul te negeren en de partij in Tampa te verenigen.

De Paul-factor

De campagne gaat onverminderd voort, met als eindstation Tampa, Florida, waar in augustus beslist zal worden over de toekomst van de Republikeinse partij en de vrijheid van de Amerikaanse bevolking.
De partij kan niet blind blijven voor de Paul-factor. De bejaarde Paul slaagt erin razend populair te zijn bij de Amerikaanse jeugd, zowel voormalige neocons als ex-Obama-aanhangers. Paul is de onbetwistbare nummer 1 bij de onafhankelijke kiezers, nog steeds een belangrijke, maar door de media doodgezwegen segment van het Amerikaanse electoraat.
Ondanks de onuitputbare middelen van de Romney-campagne slaagt de zogenaamde “gedoodverfde” uitdager van Obama er niet in om meer dan 1.000 toeschouwers te lokken naar zijn toespraken op de Amerikaanse marktpleinen of in de colleges. Ron Paul trekt daarentegen duizenden mensen. In Philadelphia, de staat van Rick Santorum, wist Paul meer dan 4.000 man op de been te krijgen voor zijn toespraak… tijdens een vreselijk onweer!
In Urbana, een klein stadje in dé staat van Obama, Illinois, kwamen er maar liefst 4.600 supporters opdagen. In Madison, Wisconsin, 5.000. In Austin, Texas en Chico, Californië 6.000. In Los Angeles, waar Obama vorige week 15 miljoen dollar ophaalde bij de Hollywoodsterren, werd Paul verwelkomd door 7.000 aanhangers. Dit zijn toch opmerkelijke cijfers voor een zogenaamde “kansloze” kandidaat? Eén ding is zeker: de media kan het fenomeen Paul niet meer blijven negeren.

Obstakel voor Romney

Het Republikeinse partij is – eindelijk – tot het inzicht gekomen dat Paul wel degelijk een obstakel is voor Romney’s kandidatuur. Daarvan mogen de vele incidenten op de regionale en statelijke conventions getuigen. Tijdens de state convention in woestijnstaat Arizona werd de airconditioning afgezet, toen duidelijk bleek dat Paul de meerderheid van de delagates ging binnenhalen. In Oklahoma en Virginia werden Paul-delegates buitengesloten om hen te beletten van hun delegacy op te eisen.
In Carson County, Nevada werd een microfoon afgezet wanneer een Hispanic het woord nam, aangezien quasi alle Hispanics Ron Paul-supporters zijn. In Minnesota kregen kiezers vanuit de partij de “instructie” om niet op kandidaten onder de 50 jaar te stemmen, aangezien Paul een quasi-monopolie heeft op de jongere kiezers en de jonge delegates. In Missouri werden Paul-delegates zelfs gearresteerd in een laatste poging om hen van hun delegacy te beroven.
Ondanks de incidenten, ondanks de haatcampagne vanuit de Republikeinse partij, ondanks de black-out van de mainstream media en ondanks het geldgebrek slaagt niemand er in om Ron Paul, zijn ideeën, en zijn supporters tegen te houden. In Tampa zal blijken hoe groot de invloed werkelijk is, en welke richting de partij de komende jaren zal uitgaan. De richting van “meer van hetzelfde” of de richting van de vrijheid.
Ook al staakt Paul zijn campagne, de race is nog niet over. Het zal pas gedaan zijn in Tampa. Geen dag vroeger.

Strijd voor de vrijheid

En of Paul nu de nominatie binnenhaalt of niet, de strijd voor vrijheid blijft doorgaan. Zij het in de Republikeinse partij, zij het daarbuiten. Zeker is dat Paul’s boodschap gehoor krijgt. Deze campagne draait vooral om het overbrengen van zijn ideeën van vrijheid, en het ontsluieren van de waarheid. In 2001 wist amper 17 procent van de Amerikanen wat de Federal Reserve, de Amerikaanse Centrale Bank die op haar eentje de Amerikaanse economie geruïneerd heeft, was.
Nu wil 78 procent van de bevolking, zoals Paul daar al 30 jaar campagne voor voert, dat de Fed wordt doorgelicht in een congressional hearing, een parlementaire onderzoekscommissie. Obama en Romney, handpoppen van Wall Street en de Fed, weigeren. Zij weigeren de Amerikaanse centrale bank door te lichten, maar stellen allebei voor om serveersters door te lichten of ze wel belastingen betalen op hun fooien.
Net zoals Paul beginnen mensen zich vragen te stellen bij fiduciair geld, fractional reserve banking, het militair-industrieel complex, de beknotting van de burgerlijke vrijheden via de door Obama versterkte Patriot Act, ACTA, CISPA, de TSA, de centrale inlichtingendiensten als de CIA en de FBI en het onder Bush opgerichte Department of Homeland Security, en dat onder het mom van de zogenaamde “Strijd tegen het terrorisme”.
De Amerikaanse burgers doen eindelijk de moeite om hun eigen Grondwet en Bill of Rights te lezen en stelt vast dat hun huidige president, net als diens voorgangers, die met de voeten treedt... De burgers stellen eindelijk hun eigen overheid in vraag.

Ron Paul revolution

De Ron Paul Revolution keert zich tegen de overheid en haar vriendjes van Wall Street en in tegenstelling tot de boutadische linkerzijde en haar holle slogans van “99 %”, slaagt Ron Paul erin werkbare alternatieven te bieden. De afschaffing van nutteloze federale verliesposten, de terugschroeving van vrijheidbeperkende wetten, het intomen van de macht van de federale overheid, de strijd tegen de geldverslindende War On Drugs, die al duizenden mensen het leven heeft gekost en de strijd tegen het corporatisme dat de fed cats van Wall Street stevig in het zadel houdt.
Kortom: Ron Paul is de doorn in het oog voor de gevestigde waarden in de politiek. De luis in de pels van de Repbulikeinse Partij en de enige oppositie tegen het beleid van Obama, en zijn politieke dubbelganger Romney.

auteur: Xavier Everaert - politiek secretaris van JongLibertairen

zondag 13 mei 2012

"Aan de toog met..."


Het bestuur van Jong N-VA Dender met de parlementsleden.
Op zaterdagavond 12 mei daagden zowat zestig aanwezigen te Berlare op voor het praatcafé van Jong-N-VA Dender. De aanwezigen konden in debat gaan met Sarah Smeyers en Siegfried Bracke over migratie en asiel, met Karel Uyttersprot, Miranda Van Eetvelde en Matthias Diependaele over economie en sociaal beleid.

Voorzitter Vincent De Wolf: "We willen de mensen de kans geven om met hen in gesprek en debat te gaan over verschillende thema's waarin de parlementsleden gespecialiseerd zijn. We werken hier bewust met soms heel provocerende stellingen. Het is aan de N-VA boegbeelden om het N-VA antwoord hierop te formuleren." De gesprekken waren levendig. De aanwezigen waardeerden de formule waardoor ze in rechtstreeks contact konden komen met de Wetstraat en omgekeerd ook met de Dorpstraat.

Ondervoorzitter Harry De Paepe: "Het is de bedoeling dat er een dialoog ontstaat op een ontspannen manier. Tussen pot en pint."

Siegfried Bracke voerde het slotwoord: "Deze formule zet ons met beide voeten op de grond. De tussenkomsten hebben ons heel wat bijgebracht."

Het Jong N-VA Dender bestuur kondigt nog aan dat er binnenkort een Jong N-VA Berlare wordt opgericht.

Even het concept uitleggen.
In debat.
En ze zien dat het goed is.
Het slotwoord is voor Siegfried Bracke.

donderdag 10 mei 2012

“Keep calm and carry on” of “Een klassiek moment uit het leven van een leerkracht”

Ik had nog één lesuur voor de boeg en dan zat de dag er voor mij en de leerlingen op. In de deuropening van mijn vaklokaal stond ik nog een jongen uitleg te geven over het precieze wat en hoe van de taak geschiedenis die ik hem en zijn klas pas had meegegeven. Hij scheen mijn verduidelijking te begrijpen. Ondertussen kwam de laatste groep van de dag in de rij staan aan mijn lokaal.

A of B?

Het werd me meteen duidelijk dat er wat ophef was. Een jongeman leek overstuur. De klasgenoten rondom hem keken hem beduusd aan. Ik sprak de jongen aan en vroeg wat er precies aan de hand was. Dat was schijnbaar een brug te ver. Zonder enige aanleiding ging hij over zijn toeren. Hij werd onbeschoft en hij straalde agressiviteit uit. Interessante noot hierbij: de knaap is, zo schat ik, twee koppen groter dan mezelf. In een mum van tijd startte een automatisch programma op in mijn brein. Wat doe ik hier? a) Ik ga er tegen in en zet hem op zijn plaats of b) Ik behoud mijn vriendelijke houding en negeer zijn opgefokte doen. Nog niet zo lang geleden opteerde ik steevast voor optie a. Dat leverde dan altijd mooi vuurwerk op. Maar het liet me ook altijd achter met een wrang gevoel. Want goed, op papier win je het spel wel, maar je er wint er in de feiten niets mee.

“Ik drink ondertussen mijn thee op”

Sinds dit schooljaar hangt er een grote poster op in mijn klas. Ik kocht het rode ding in Canterbury in een souvenirwinkel recht tegenover de aloude zetel van de Anglicaanse Kerk. Een gekroonde “Keep Calm and Carry On” siert de poster. Ik leerde deze slogan een goeie twee jaar geleden kennen tijdens het bekijken van een Britse uitzending over de nazibombardementen op Londen. De “Keep Calm”- boodschap werd er toen verspreid om de mensen aan te moedigen om het hoofd niet te verliezen en gewoon voort te doen. In die uitzending getuigde een oude “air raid warden” dat hij, net na zo’n bombardement, een dominee aantrof in een kelder van een tot puin gereduceerd huis. Toen de man nog eens goed tussen het puin keek, merkte hij op dat de dominee er zat met een kop thee in de hand. De reddingswerker, toch wel enigszins verbaasd, wilde hem geruststellen en riep hem toe dat hij hem uit die kelder zou verlossen. Maar de dominee antwoordde: “Ga eerst maar anderen helpen. Ik drink ondertussen mijn thee op.” De man deed wat de geestelijke hem vroeg. Later keerde hij terug naar de kelder. De dominee zat er nog rustig te wachten. Zijn kop thee was leeg.

Thank God for flegma

Het verhaal is een mooie illustratie van de boodschap van die poster. Sindsdien probeer ik het motto toe te passen in mijn dagelijkse praktijk. Blijf in vervelende situaties te allen tijde rustig. Het is het beste voor jezelf en je omgeving. Toen de rood opgelopen puber voor me stond te briesen, opteerde ik voor optie b, de poster indachtig. Ik verklaarde flegmatisch dat hij geen reden had om boos op me te zijn en dat het beter was dat hij even zou afkoelen ergens anders. “Het is geen straf”, meldde ik nog beleefd, “het is bedoeld om je te helpen.” Achteraf leerde ik dat de jongen pas een aanvaring had met een collega van mij. Ik was de eerste volwassene waar hij mee werd geconfronteerd en als vanzelf projecteerde hij zijn opgekropte frustratie op mij (leuk!).  

Toen ik de klas binnenging, keek ik naar de grote boodschap op mijn muur. Daarna keek ik de andere leerlingen aan. Ze schenen opgelucht. Het was gewoon “business as usual” en dat tot hun en mijn grote geruststelling.